Ga naar de inhoud

Samen werken aan maatschappelijke verandering: ervaringen uit het Zomeratelier

Op 15 juli verzorgden Annelieke van den Berg en Marloes van der Klauw vanuit het TNO Better Together-programma een workshop tijdens het Zomeratelier van het Centrum voor Actief Burgerschap. Het Zomeratelier bracht ambtenaren, bestuurders, professionals en actieve burgers samen om ervaringen uit te wisselen over maatschappelijke vraagstukken en nieuwe manieren van samenwerken te verkennen. Tijdens de workshop stond de vraag centraal: hoe organiseren we samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven en andere partijen op een manier die maatschappelijke verandering mogelijk maakt?

De deelnemers vormden een divers gezelschap van ambtenaren, actie-onderzoekers en actieve burgers die werken aan uiteenlopende maatschappelijke opgaven. Die diversiteit maakte zichtbaar dat succesvolle samenwerking niet alleen draait om inhoudelijke doelen, maar ook om de manier waarop partijen zich tot elkaar verhouden. Aan de hand van het transformatieve governance-raamwerk en inzichten uit onderzoek naar transformatieve sociale innovatie verkenden de deelnemers welke rollen, relaties en randvoorwaarden nodig zijn om gezamenlijk maatschappelijke verandering mogelijk te maken.

Een van de gesprekken die daarbij veel losmaakte, draaide om de stelling of een goed samenwerkingsproces begint met een helder kader of juist met het opbouwen van relaties en vertrouwen. “Wat mij opviel is dat deelnemers eerst vooral voor vertrouwen kozen, maar vervolgens toch opschoven richting kaders,” vertelt Annelieke van den Berg. “Dat laat zien dat kaders niet per definitie beperkend zijn. Goede kaders kunnen juist ruimte creëren voor vertrouwen en duidelijkheid in een samenwerking. De interessante vraag die hieruit volgt is hoe we kaders ontwerpen die relaties versterken in plaats van belemmeren.”

Deelnemers gingen tijdens de workshop aan de slag met een methode uit de Better Together toolbox om de dynamiek van samenwerking zichtbaar te maken aan de hand van een casus. In de fictieve Havenstad probeert de gemeente samen te werken met een bonte verzameling bewonersinitiatieven, ondernemers en actiegroepen om de stad groener, socialer en levendiger te maken. Marloes van der Klauw: “Hoe werk je samen als de één vraagt om vertrouwen, de ander om minder regels, een derde vooral resultaat wil zien en een vierde überhaupt niet meer aan tafel wil verschijnen? Door het toepassen van familieopstellingen ontstaat een levendig beeld van het samenwerkingslandschap. Welke partijen trekken naar elkaar toe, waar zitten spanningen, wie heeft invloed en welke stemmen dreigen buiten beeld te raken? Wat begon als een abstract vraagstuk over samenwerking veranderde daarmee in een tastbare verkenning van relaties, belangen en onderlinge afhankelijkheden.”

Dat het expliciet maken van relaties meer is dan een interessante oefening, blijkt uit een eerdere toepassing van deze methode bij de gemeente Leiden, waar inzichten uit familieopstellingen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een samenwerkingskompas voor de stad. Door eerst het gesprek te voeren over verhoudingen en perspectieven, ontstaat ruimte om kaders te ontwikkelen die samenwerking ondersteunen in plaats van beperken. Met dit soort praktijkgerichte methoden vertaalt TNO onderzoek naar handelingsperspectief, zodat professionals beter toegerust zijn om samen te werken aan complexe maatschappelijke opgaven.

Last Updated on september 5, 2026 by Redactie BT